Interview Carole Thate – hoedster van de legacy van nr. 14

Vanaf 1999 gaf ze voor Nederlands grootste voetballer aller tijden invulling aan zijn geesteskind: de Johan Cruyff Foundation. Sinds 2016 waakt ze als general manager van ‘The world of Johan Cruyff’ over zijn gedachtegoed. Zelf heeft Carole Thate ook een respectabele sportcarrière achter de rug: 169 officiële caps, aanvoerster van het dames hockeyteam dat in 2000 Olympisch brons won in Sydney, zilver op het WK 1998 in Utrecht en gouden plakken pakte tijdens de EK in 1999 en de Champions Trophy in 2000.


Carole Thate, hoedster van de legacy van nr. 14

‘Eigenlijk ben ik heel toevallig bij de Johan Cruyff Foundation terechtgekomen. In 1998 las ik een artikel in de Volkskrant over de samenwerking tussen de toen net opgerichte Johan Cruyff Foundation met Terre des Hommes en de Postcodeloterij. Het verhaal over het belang van sport voor de ontwikkeling van gehandicapte kinderen, sprak me erg aan. Ik heb de directeur van Terres des Hommes toen een brief geschreven waarin ik aangaf dat ik me aan het oriënteren was en graag meer informatie over de foundation wilde ontvangen. Ik had de brief nog niet op de bus gedaan of ik kreeg een uitnodiging om te komen praten. Eerst met een bestuurslid waarbij duidelijk werd dat de stichting op papier was opgericht maar nog geen ‘handen en voeten’ had. Was een ontzettend leuk gesprek en kreeg ook meteen een baan aangeboden. Ik twijfelde eerst nog wel, mijn afstudeerrichting was kinderneuropsychologie en ik liep stage in Tilburg bij een revalidatiecentrum voor kinderen met niet aangeboren hersenletsel. Dat was waanzinnig mooi werk. Ik denk dat als ik daar toen ook een baan had aangeboden gekregen, ik daar waarschijnlijk was gebleven. Maar het liep dus anders en niet veel later zat ik in het vliegtuig richting Barcelona om kennis te maken met Johan Cruijff. Hij had het laatste woord, het klikte en ik was de eerste in dienst van de stichting. Ik zat toen nog wel vol in de voorbereiding op de Olympische Spelen van Sydney, mijn laatste toernooi voor ik definitief zou stoppen. Maar dat was geen probleem voor hem, hockey stond in die beginperiode op 1, het werk voor de stichting plooide ik daar omheen.’

Ook de linksachter in het zonnetje zetten

‘De combinatie school en studie heb ik altijd een behoorlijke opgave gevonden. Alles was wel interessant maar het bleef niet zo plakken, helemaal niet toen ik als 18-jarige al mee naar WK’s en grote trips in het buitenland mocht. Heb dan ook wat langer dan normaal over de havo gedaan. Vanaf 1993 heb ik drie jaar in Amerika aan de James Madison University gehockeyd en mijn bachelor in child psychology gehaald. Dat leverde mij anderhalf jaar vrijstelling op toen ik in Nederland bij de VU psychologie ging studeren maar betekende wel dat ik uiteindelijk pas op mijn 27e ben afgestudeerd. Amerika was een hele leerzame tijd die ik nooit had willen missen. Ik had net als 20-jarige met het Nederlandse team meegedaan aan de Olympische Spelen van Barcelona ’92. Ik kwam in feite net kijken, hobbelde een beetje mee, en maakte invalsbeurten in de voorhoede. In Amerika was dat totaal anders, ik was een Olympiër had zelfs een medaille gewonnen wat enorm werd gewaardeerd. Ik werd er een dragende speler, die wedstrijden besliste en verkozen werd tot aanvoerster. Ik heb daar geleerd hoe je als groep iets kunt bereiken en welk effect je daar als bepalende speelster op hebt. Voorop gaan in de strijd, goed voorbeeld doet goed volgen. Medespelers motiveren, positief sturen, maar ook aanwijzingen geven als het niet goed gaat. En elkaar confronteren met dingen die sluimeren om samen verder te kunnen. De groep is ontzettend belangrijk, maar iedereen heeft ook een eigen ontwikkelplan om alles wat er in zit, eruit te halen. En niet alleen de spits, ook de linksachter zo af en toe in het zonnetje zetten, iedereen heeft waardering nodig om de sfeer in de groep goed te houden. Uiteindelijk heeft dat allemaal heel goed uitgepakt, want hoewel de beste meiden bij de grotere universiteiten speelden, werden wij kampioen van Amerika, de eerste landstitel die de James Madison University ooit won. Voor mij het bewijs dat als iedereen goed in z’n vel zit en zich een gewaardeerd onderdeel van een groter geheel voelt, je meer kunt bereiken dan met een team met 11 vedettes. Veel van deze ervaringen heb ik later meegenomen naar het neerzetten en vervolgens uitbouwen van de Cruyff Foundation.’

Johan was groter dan zichzelf

‘Na de ontmoeting met Johan in Barcelona besefte ik wat een waanzinnige kans ik kreeg. Er waren eigenlijk alleen nog maar statuten die de kaders aangaven, de nadere invulling mocht ik – als eerste en toen nog enige medewerker van de Foundation – samen met Johan gaan uitzoeken. Ik ben eerst om me heen gaan kijken en heb gesproken met andere stichtingen en initiatieven die een beetje op de Foundation leken. Daar heb ik de dingen uitgepikt die pasten bij wat Johan in z’n hoofd had en die pasten bij de identiteit van de Cruyff Foundation. Johan gebruikte de sport als middel om een hoger doel te bereiken. Al tijdens zijn actieve loopbaan ging het hem er niet om de beste voetballer of coach te zijn, maar om het vermaken van de toeschouwers, hij wilde dat mensen plezier hadden door mooi voetbal, de resultaten kwamen dan vanzelf. Door zichzelf niet centraal te stellen was hij groter dan zichzelf. Een mooi voorbeeld is hoe hij zich in Amerika ontfermde over zijn buurjongetje met het syndroom van Down. Johan speelde in Washington bij D.C. United. Als hij na de training thuiskwam, waren er altijd kinderen op straat aan het voetballen, maar zijn buurjongetje met het syndroom van Down mocht niet meedoen. Johan heeft toen contact gelegd met het jochie en is zo vaak hij kon met hem gaan overgooien, koppen en voetballen. Een aantal weken later speelde het jongetje met de andere kinderen mee. Dankzij de vertrouwensrelatie die Johan met z’n buurjongen had opgebouwd, heeft hij hem ook kunnen leren zwemmen. Erg handig als bijna alle huizen in de buurt een zwembad in de tuin hebben. Dit gedachtegoed – met sport en spel een hoger doel realiseren – is de kerngedachte van de Foundation. Met sportprojecten voor kinderen met een beperkingen, Cruyff Courts en Schoolpleinen14 geeft de Foundation kinderen de ruimte om zich te ontwikkelen, om vrienden te maken én om hun fysieke en mentale gezondheid te verbeteren. Het gevoel voor kinderen zat bij Johan echt van binnen, als ik hem op een open dag van de Foundation losliet dan was hij altijd met kinderen bezig.’

Gedachtes uit de lucht plukken

‘De samenwerking met Johan was heel vanzelfsprekend, we hadden allebei onze eigen rol: hij had de visie en de gedachtes die ik zo uit de lucht kon plukken om er concreet mee aan de slag gaan. Ik denk dat het ook zo makkelijk ging omdat ik net als Johan de intrinsieke waardes van sport en het belang van samenwerken in een team kende. Bovendien heb ik in Amerika het belang van sport in de maatschappij en de rol die marketing daarbij speelt aan den lijve had ondervonden. Na verloop van tijd hoefde ik nog nauwelijks met Johan te overleggen om in zijn geest te kunnen handelen. Ik zorgde ervoor dat alles bij de Foundation klopte zodat Johan vrijuit kon praten en zij ideeën delen zonder eerst een tekst uit z’n hoofd te hoeven leren. Hij vertrouwde dat het goed was, zoals de familie dat nu nog steeds doet. En heel prettig, ze spreken dat ook uit: jij stond dicht bij Johan en begrijpt wat hij wilde.’

Niet een te grote broek aantrekken

‘De Foundation draait al ruim 20 jaar heel goed en ik ben er trots op dat ik het in goede handen heb kunnen achterlaten en nu als bestuurslid op afstand mag meekijken en advies geven. Er worden dagelijks veel kinderen met en zonder handicap bereikt via evenementen, Cruyff Courts en Schoolplein14, maar ook op financieel gebied gaat het goed. De focus heeft nooit gelegen individuele donaties, daarvoor is de ’sense of ugency’ te laag. Als mensen mogen kiezen of ze hun euro aan een goed doel geven dat zich inzet voor de primaire levensbehoeften van kinderen in ontwikkelingslanden, gezondheidsfondsen of aan de Foundation, dan gaat die euro niet vaak naar de Foundation. Via acties, evenementen, het bedrijfsleven en de Goede Doelen loterijen kan de Stichting haar werk blijven uitvoeren. We willen goed doen binnen de filosofie van Johan waarin sport een belangrijke rol speelt bij de ontwikkeling van kinderen. Dat je ze via sport een aantal waardes aanleert die waardevol zijn voor het functioneren in de maatschappij gun je natuurlijk zoveel mogelijk kinderen. Het succes van de veldjes is trouwens vooral afhankelijk van wat lokale partijen ermee doen. Een goede samenwerking met de lokale overheid en lokale buurt-, sport- en welzijnsorganisaties is dan ook cruciaal.’

De legacy relevant houden

‘Vijf jaar gelden ben ik afgetreden als uitvoerend directeur van de Foundation, ik was na ruim 15 jaar toe aan wat anders. Dat werd general manager van The World of Johan Cruyff, en nu houd ik mij bezig met het bewaken en levend houden van het totale gedachtegoed van Johan, dus een stuk breder dan de Foundation. Onder The World of Johan Cruyff vallen de merkrechten Cruijff/Cruyff alsook de portretrechten en aanvragen van derden die hier iets mee willen. Hier komen ook de initiatieven die Johan na zijn actieve voetbalcarrière heeft geïnitieerd samen. Naast de Johan Cruyff Foundation is dat wat betreft Johan’s voetbalvisie Cruyff Football, Cruyff Library met geautoriseerde boeken van en over Johan, wereldwijde opleidingen gericht op sportmarketing en -economie via Cruyff Institute met in Nederland ook de Cruyff Academies (HBO) en Cruyff Colleges (MBO) en een eigen schoenen en kledingmerk. Ik hou op afstand toezicht op al deze onderdelen en zorg dat, nu Johan er niet meer is, de rol van de familie logisch is. Zo zit de jongste dochter van Cruijff in het bestuur van de Foundation, is zoon Jordi vaak het gezicht naar buiten en vindt Danny – de vrouw van Johan – het fijn om bij activiteiten van de Foundation te zijn zonder op de voorgrond te treden. Ik vind het belangrijk dat de verschillende takken een gedegen korte en lange termijnvisie hebben en dicht blijven bij waarom Johan ze in het leven heeft geroepen. Dat is een continu proces omdat de legacy relevant moet blijven voor de wereld van nu. Het om koesteren en uitdragen van wat waardevol is en niet om het opdringen van iets wat wij toevallig belangrijk vinden. Het merk Johan Cruijff vraagt daarnaast altijd aandacht: wie gebruikt zijn naam of beeld en waarvoor? Een enorme operatie waarbij je altijd op je qui vive moet zijn voor misbruik. Ik maak me geen illusie dat we alle inbreuken eruit filteren, maar de meest wezenlijke – zeker als ze het imago of de reputatie van Johan beschadigen – pakken we aan.’

9000 Cruijff-ambassadeurs

‘Een belangrijk instrument om het gedachtegoed levend te houden is het Johan Cruyff Institute. Johan was van mening dat sporters een aantal belangrijke kwaliteiten bezitten: ze zijn betrokken, prestatie- en doelgericht. Met dergelijke kwaliteiten en de juiste opleiding, kunnen ze succesvolle professionals worden in de sportwereld. Niemand kan de belangen van de sport daarom beter dienen dan iemand met het hart van een sporter. Maar alleen het zijn van oud-sporter is niet voldoende, je moet ook over kwaliteiten op andere vlakken beschikken om aan de bestuurstafel aan te kunnen schuiven. Johan wilde sporters helpen de vertaalslag te maken van hun sportwereld naar de ‘normale wereld’ na de sport. Als je kunt presteren onder druk in een vol stadion of voor miljoenen tv-kijkers, wil dat niet automatisch zeggen dat je dat ook op een ander vlak kunt, maar je hebt wel die unieke ervaring die de meeste anderen niet hebben. Mede op basis van dit inzicht is het Johan Cruyff Institute opgericht. Inmiddels hebben wereldwijd meer dan 9000 studenten online, on-site en op de campus studieprogramma’s gevolgd in sportmanagement, sportmarketing, sponsoring, coaching en football business. Er zijn wereldwijd vijf Johan Cruyff Institutes op post-hbo niveau en in Nederland drie Johan Cruyff Academies op hbo-niveau en vier Johan Cruyff Colleges op mbo-niveau. Internationaal is het vooral online onderwijs via de virtual campus die vanuit het hoofdkantoor van het Institute in Barcelona wordt gerund. De propositie van het Institute – mensen de mogelijkheid bieden om sport en studie te combineren – slaat ook in Zuid-Amerika goed aan omdat die combinatie daar verder niet of nauwelijks wordt geboden. Met onze lespakketten kunnen clubs spelers niet alleen via de sport aan hun organisatie binden, maar ze ook de kans bieden zich verder te ontplooien. De kwaliteit van opleidingen wordt op verschillende manieren geborgd: in Nederland zijn het door de overheid erkende diploma’s, de kwaliteit van de internationale online lespakketten wordt bewaakt door accreditaties, bijvoorbeeld van de Universiteit van Barcelona. En het mooie is dat iedereen die een opleiding van het Institute heeft gevolgd, direct ook een ambassadeur is van het gedachtegoed van Cruyff.’

Voorkomen van belangenverstrengeling

‘Zelf ben ik aan het eind van mijn actieve sportcarrière, naast mijn werk voor de Johan Cruyff Foundation, ook in de sportorganisatie aan de slag gegaan. Onder andere een tijdje als lid van de atletencommissie van het NOC*NSF, een zelfstandige adviescommissie van sporters die de belangen van alle topsporters behartigt. En vanaf 2010 heb ik 5 jaar in het bestuur van de hockeybond gezeten. Daar ben ik in 2015 mee gestopt toen mijn vrouw Alyson Annan bondscoach werd om elke zweem van belangenverstrengeling te voorkomen. Via Alyson blijf ik natuurlijk nog wel betrokken bij het wel en wee van het Nederlandse hockey, maar het is niet zo dat het bij ons iedere avond tijdens het eten over hockey gaat. Bondscoach is ook gewoon Alysons baan, het is ook fijn om het ergens anders over te hebben. Zelf ben ik 3 jaar geleden met hockey gestopt. Ik vond het nog steeds erg gezellig in mijn veteranenteam in Amsterdam, maar oude kwalen en kwetsuren herstellen na verloop van tijd (en wanneer je wat ouder wordt) gewoon minder. Dan is er een tijd van komen en vooral ook een tijd van gaan. Ik wandel nu iedere dag met de honden, dat bevalt me prima.’

Een vijver vol haaien

‘Sinds Johan er niet meer is, is het werk wel wat saaier geworden, hij was altijd aan het creëren, had continu nieuwe ideeën. Sinds zijn overlijden ben ik vooral bezig geweest met het opzetten van een structuur om de legacy te borgen. Dat project staat al best goed waardoor ik weer ruimte heb om nieuwe ideeën te ontwikkelen. Ik zie dat veel gestopte professionele atleten het na hun actieve loopbaan moeilijk hebben. Van de Braziliaanse voetballers die de wereldbeker boven hun hoofd hebben gehouden, is inmiddels een groot aantal failliet gegaan. Dat is natuurlijk doodzonde en komt meestal door de entourage rond zo’n sporter. Ook Cruijff heeft op een gegeven moment bijna zijn hele vermogen verloren door een malafide financieel adviseur. Sporters zitten vaak in een vijver vol haaien, het filteren van wat voor jou goed advies is, is dan ook niet altijd makkelijk. Ook ontbreekt het ze vaak aan een opleiding – vooral veel Zuid-Amerikaanse voetballers komen uit de sloppenwijken – en aan een duidelijk plan wat ze na hun carrière willen en hoe ze dat kunnen realiseren. Er zijn genoeg sporters die niet binnen lopen, die na hun carrière nog echt aan de bak moeten. Die kunnen objectief advies goed gebruiken bij het ingaan van deze nieuwe fase en de opportunities die zich aandienen. Dat geldt ook voor vragen op het vlak van financial planning, wat wil je partner/gezin. Wil je werken, moet je werken, wat vind je dan leuk en wat heb je nodig om dat te realiseren? Ze moeten zichzelf opnieuw uitvinden. Ik zie een rol weggelegd voor een soort family office voor sporters, een betrouwbare partner die de gewenste expertise inschakelt, niet alleen op financieel en juridisch vlak, maar ook op het gebied van persoonlijke coaching en het heel concreet aan- en oppakken van wat er op je pad komt. Zowel persoonlijk als in mijn werk heb ik daar veel ervaring mee, en het zijn van een teamspeler en verbinder is toch iets wat bij me past. Ik weet nog niet precies in welke vorm dit het beste gaat werken, maar ik ben ervan overtuigd dat er een grote behoefte aan is. En ik krijg er in ieder geval energie van, het is heel leuk om naast The World of Johan Cruyff weer met wat nieuws bezig te zijn.’