Haro Kraak, schrijver en journalist

Zijn hoofdredacteur zei hem dat hij toch echt geen boek hoefde te schrijven, met 250.000 abonnees was hij al de meest gelezen schrijver van zijn generatie. Haro Kraak (29) leek in zijn eentje de Volkskrant vol te schrijven maar kon het toch niet laten; in mei van dit jaar debuteerde hij met zijn roman Lekhoofd. Wat drijft hem als schrijver en als journalist? En hoe ziet hij de toekomst van de krant?


haro-kraak-8-72dpi

Haro Kraak – Volkskrant

Als ik lekker bezig ben, tintelt het in m’n hersenen.

“Schrijven is fantastisch, vooral als je de ultieme formulering vindt voor een bepaalde gedachte. Als ik lekker bezig ben, dan tintelt het in m’n hersenen. Ik vraag me wel eens af of schrijven niet een vorm van narcisme is. Toch gaat het mij niet om de publicatie, het schrijven zelf geeft me gewoon heel veel voldoening. Al kan ik niet ontkennen dat het ook om ego gaat, je moet wel het gevoel hebben dat wat jij schrijft de moeite waard is.”

“Als je van schrijven je beroep wilt maken zijn er grofweg twee paden: fictie en journalistiek. Beide niet florissant qua arbeidsperspectief en inkomen. Omdat journalistiek toch de meeste kans op werk gaf, heb ik na mijn bachelor Sociologie een master Journalistiek aan de UvA gedaan. Toen ik mijn journalistieke ambities vervolgens waar kon maken bij de Volkskrant en na een paar los-vaste contractjes een vaste baan kreeg aangeboden, dacht ik: Potverdomme, ik wil ook dat boek nog een keer gaan schrijven. Als ik het nu niet doe, doe ik het nooit.”

Serieuze, literaire bladen stuurden mijn korte verhalen met een standaard afwijzingsbrief terug.

“Dat ik best kan schrijven realiseerde ik mij in 2011, door mijn deelname aan de schrijfwedstrijd Write Now!. Het was de eerste keer dat ik me serieus met fictie bezighield. Ik won niet, maar werd derde en kreeg erkenning en had toen echt iets van: ‘Hé, dit kan ik best.’ Toen ben ik ook korte verhalen gaan schrijven. Nogal frustrerend: de serieuzere, literaire bladen zoals De Gids stuurden ze allemaal per kerende post met een standaardafwijzing terug. Uiteindelijk heb ik toch een paar verhalen gepubliceerd in serieuze bladen als Revisor en de Optimist.”

Als ik zondags ging zitten, kwam ik niet in de flow.

“Een maand voor aanvang van mijn eerste contractje bij de Volkskrant ben ik halfzacht aan het boek begonnen, ik wist nog niet precies waar het toe moest leiden. Daarna heeft het twee jaar op de plank gelegen, het lukte me niet om er in de weekenden aan te werken. Als ik zondags ging zitten kwam ‘het’ niet, ik raakte niet in een flow. Toen mijn managing editor mij na twee jaar een vaste baan aanbood, heb ik een vakantie van twee maanden bedongen. Zogenaamd om bij te komen van het harde werken. In een tuinhuis in Kaapstad heb ik toen twee maanden lang, van acht uur ’s morgens tot drie uur ’s middags zitten tikken.”

Staan deze letters en cijfers volgens jou in de juiste kleur?

“Ik wist inmiddels wel dat ik synesthesie – een fenomeen waarbij zintuiglijke waarnemingen in elkaar overlopen – in mijn boek wilde verwerken. Ik was het tegengekomen op een prikbord op de UvA waar een poster hing met de tekst: ‘Staan deze letters en cijfers in de juiste kleur volgens jou?’ Ik had nog nooit van synesthesie gehoord, maar bedacht me toen dat ik kleuren koppelde aan de cijfers 1 t/m 10. Heel fascinerend.”

“Noah, de hoofdpersoon in mijn boek Lekhoofd, kan geluiden proeven, maar er zijn bijvoorbeeld ook mensen die hun eten in geometrische vormen proeven. Zo van: ‘Deze kip is nog niet gaar, hij moet rond zijn maar is nog een vierkant.’ Synesthesie was een mooi instrument om iemand tijdens het opgroeien te laten ontdekken wie hij is. Bovendien kwam het nog niet voor in de Nederlandse literatuur. Wel in de Russische literatuur, bijvoorbeeld in de boeken Nabokov die zelf synesthesie heeft.”

Er zijn geen vaste combinaties van in elkaar overlopende zintuiglijke waarnemingen.

“Voor Lekhoofd heb ik vrijwel alles gelezen wat ik over synesthesie kon vinden. Er blijken geen vaste combinaties te zijn, elke synestheet kleurt de werkelijkheid op zijn of haar eigen manier. Zolang je de zintuiglijke ‘lekkages’ consequent doorvoert, is het goed. De naam Teun smaakt dus voor iemand altijd als roest en niet opeens naar roerei. Het getal 8 is voor Noah altijd mintgroen en alle woorden die op –oos eindigen smaken licht bitter, zoet van de hars en een vleugje paddenstoel.”

Ik zat de hele dag met zo’n trillend ooglid.

“Na twee maanden tikken in Zuid-Afrika was Lekhoofd voor driekwart af en heb ik het manuscript naar literair agent Lolies van Grunsven gestuurd. Gelukkig was zij enthousiast en wilde ze mij vertegenwoordigen. We hebben het manuscript toen eerst afgemaakt en geredigeerd alvorens het in augustus 2015 naar vijf uitgevers te sturen. Twee weken later kon ik bij drie van hen op gesprek. Ik heb gekozen voor Atlas Contact en ben daarna van oktober tot juli in de weekenden bezig geweest met het afronden. Dat was zwaar, de laatste anderhalve maand had ik de hele dag zo’n trillend ooglid van de stress.”

Ik ben vooral minder op de man gaan spelen, want dat is nergens goed voor.

“En toen lag het boek in de winkel, toch een stuk spannender dan een artikel in de krant. Het is veel persoonlijker, elke gedachtekronkel komt van mij. Ik werkte inmiddels zelf als tv-recensent, dan weet je ongeveer wat je kunt verwachten als iemand jouw werk bespreekt. Wat ik overigens wel merk is dat ik wat milder ben geworden in mijn recensies en meer oog heb voor de intenties van de maker. Ook al is het niet gelukt, iemand heeft er wel zijn ziel en zaligheid in gelegd. Je mag dus wel twee keer nadenken, voordat je iets afkraakt. Ik ben ook vooral minder op de man gaan spelen, want dat is nergens goed voor.”

“De recensies zijn overwegend goed, maar het blijft heftig om kritiek op je werk te lezen. Gelukkig was ik daar al aan gewend geraakt door mijn journalistieke werk. Je merkt dat sommige mensen een hekel aan je hebben, alleen omdat je voor de Volkskrant schrijft. Er blijkt toch nog een hele sterke scheiding te bestaan tussen links en rechts in de media, en tussen oude en nieuwe media. Geenstijl en Postonline die erg anti-Volkskrant zijn, mogen me dan ook graag bashen. Zo zette Geenstijl op hun site dat ik een nazi-opa heb. Half grappend bedoeld natuurlijk, maar toch.”

Mijn hoofdredacteur wilde wel van me horen dat ik nog steeds loyaal aan de krant was.

“Vlak voor ik het manuscript naar de uitgevers stuurde, heb ik mijn hoofdredacteur ingelicht. Dat is het beleid bij de Volkskrant, veel collega’s schrijven boeken, al zijn het meestal geen romans. Hij vond het prima, maar wilde wel graag van me horen dat ik nog steeds loyaal aan de krant was. Dat was geen probleem, het is fantastisch om voor een gerenommeerd dagblad als de Volkskrant te werken. Overal waar je komt kun je gelegitimeerd vragen stellen, je mag veel reizen en ontmoet bijzondere mensen. Ik bepaal voor 70 tot 80 procent zelf de onderwerpen waarover ik schrijf en kan mijn tijd zelf indelen. Wat wil je nog meer?”

Er is geen onderlinge populariteitswedstrijd.

“Een vast contract geeft rust, er is geen onderlinge populariteitswedstrijd met collega’s, zoals bij freelancers vaak wel het geval is. Zij moeten altijd leveren, doen ze dat niet, dan kunnen ze er zomaar uitliggen. Ik voel eigenlijk alleen druk als ik een stuk van een collega lees dat ik graag zelf had willen schrijven. Maar die druk leg ik me toch vooral zelf op.”

“Wel krijgen we eens per maand lijstjes. Bijvoorbeeld welke stukken de meeste conversie geven, tot een abonnement leiden. Soms sta ik in de top-10, maar vaker niet. Ook wordt bijgehouden welke artikelen het best verkocht worden op Blendle en welke het meest geklikt of het langst gelezen worden. Omdat mijn stukken vaak over populaire cultuur en tamelijk lekkere en leuke onderwerpen gaan worden ze vaak goed geklikt en gelezen.  Aan de andere kant heb ik zelden een primeur die werkelijk maatschappelijk wat teweeg brengt, een scoop waar het NOS Journaal mee opent bijvoorbeeld. Dat is bij media en cultuur, mijn onderwerpen, nu eenmaal zo.”

Op Twitter kan ik mijn eigen, jeugdige stem kwijt.

“Net als vrijwel al mijn collega’s ben ik ook actief op Twitter. Een medium waar vooral media- en PR-mensen en journalisten op zitten, de rest van de mensen lijkt er inmiddels een beetje klaar mee te zijn. Maar ik ben er erg blij mee omdat ik er mijn eigen, jeugdige stem op kwijt kan, de krant bemoeit zich er niet mee. Daar moest ik in het begin wel aan wennen, het heeft even geduurd voor ik me helemaal vrij voelde. Maar als iets een progressieve werkomgeving is, dan is het wel de krant.”

Er zijn genoeg mensen die een goed geschreven stuk waarderen.

“Ik weet zeker dat de papieren krant langer blijft bestaan dan een aantal onheilsprofeten al jaren roept. En als je bij een krant zit, is de Volkskrant de meest stabiele, zeker qua oplage. Maar we kunnen niet rustig achterover leunen, de gemiddelde leeftijd van onze lezers is 50 jaar. De grootste uitdaging is hoe we de toekomstige vijftigers aan de krant moeten binden. Er groeit een hele generatie op die nooit een papieren krant leest, zelfs mijn hoger opgeleide vrienden krijgen hun nieuws binnen via Facebook, Twitter , NU.nl en Blendle. Hoe gaan we die aan de papieren of digitale krant krijgen? Het antwoord op die vraag heb ik niet, al weet ik wel dat er nog genoeg mensen zijn die een goed geschreven stuk weten te waarderen.”