Edel Steengracht van Oostcapelle – van Utenhove

De ophef over de verkoop van een houtskooltekening van Rubens door prinses Christina, de ontdekking van een nieuwe Rembrandt door Jan Six, 90 miljoen dollar voor Portrait of an artist (Pool with two figures) van David Hockney: de kunst- en antiekwereld staat volop in de schijnwerpers.


Rechts: Edel Steengracht van Oostcapelle – van Utenhove, algemeen taxateur van kunst, antiek en inboedelgoederen

Edel Steengracht van Oostcapelle – van Utenhove, algemeen taxateur van kunst, antiek en inboedelgoederen, helpt verzamelaars, verzekeraars en erfgenamen bij het bepalen van de waarde van objecten. Een complexe wereld waarin zij je graag rondleidt.

Topstukken gaan voor astronomische bedragen weg. Zeker nu China, Rusland, Saoedi-Arabië meedingen. Zijn dat nog reële bedragen?

‘Ja, dat zijn zeker reële bedragen. Het is niet wat de gek ervoor geeft, de prijs komt tot stand door vraag en aanbod. Zo is het altijd geweest. Wat je wel ziet is dat veilinghuizen de opbrengst vooraf vaak lager inschatten dan de uiteindelijke verkoopprijs. Dat is een veiligheidsmarge om zichzelf in te dekken en grote teleurstellingen te voorkomen. Waar we het hier overigens over hebben is de waarde in het economisch verkeer. Wil je die als veilinghuis zo hoog mogelijk krijgen, dan zul je de juiste kopers voor de veiling moeten selecteren. Naast deze economische waarde heb ik als taxateur ook te maken met de vervangingswaarde. Dat is het bedrag waarvoor je een vergelijkbaar object terugkoopt in de kunsthandel. Tenslotte heb je nog de successiewaarde en de liquidatiewaarde. Bij de successiewaarde taxeer je laag omdat alle kosten – veilingkosten, taxatiekosten, administratiekosten en transport – er nog af gaan. Als taxateur moet je weten waarvoor je taxeert en dat meenemen bij de onderbouwing van de waardebepaling. Er is altijd een bandbreedte bij taxaties, zolang je daarbinnen zit en je verhaal goed onderbouwt is het goed.’

‘Zelf heb ik één keer een contra-expertise meegemaakt bij een verzekeringskwestie waarbij de hele boel was afgebrand. Uiteindelijk scheelde het maar 0,2%, dus dat was prima. Maar ik ken ook een verhaal waarbij een porseleinen kom voor de successie voor 30.000 euro was getaxeerd en uiteindelijk een paar miljoen opbracht op een veiling in London. De belastingdienst kwam hier achter waardoor de erven uiteindelijk een deal hebben moeten sluiten.’

De vraag die iedereen bezighoudt: heb je wel eens een unieke vondst gedaan?

‘Die vraag krijg ik altijd, maar ik moet je teleurstellen. Die Rembrandt van Jan Six spreekt natuurlijk tot de verbeelding, maar er was al veel langer een vermoeden dat het om een Rembrandt ging. Het portret was al eerder aan hem toegeschreven en later toch weer niet. Jan Six heeft het verhaal heel handig vermarkt en het veilinghuis had z’n huiswerk niet gedaan. Vind ik prima, is extra aandacht voor ons vak. Maar uniek vind ik de vondst niet. De kans dat je iets vindt is heel klein, de meeste echt waardevolle werken zijn inmiddels wel bekend. Maar ondanks dat moet je natuurlijk altijd alert blijven, dat maakt mijn vak zo leuk.‘

‘Andersom heb ik wel iets dergelijks meegemaakt. Ik moest twee etsen taxeren die aan Degas waren toegeschreven. Ze waren verzekerd voor 2,5 ton. Omdat ze slecht waren ingelijst kreeg ik direct een onderbuikgevoel dat het niet klopte. Een specialist gaf mij gelijk, ze waren niet van Degas en daarom per stuk slechts 70 euro waard. Heel rot voor de erfgenamen maar ook interessant: want er was op basis van een verkeerde taxatie jarenlang een hele hoge verzekeringspremie betaald. Kun je die verhalen op de taxateur?’

Heb je altijd iets in de kunst willen doen?

‘Ik ben vroeger niet door mijn ouders van museum naar museum gesleept. Al heb ik de interesse in de kunst wel genetisch meegekregen van mijn moeder en grootmoeder. Na school wist ik niet precies wat ik wilde studeren. Randvoorwaarde was dat ik mijn eigen broek op kon houden, kunstgeschiedenis is dan niet de meest voor de hand liggende keuze. Ik ben eerst voor mijn talen twee jaar in Zwitserland en Zuid-Duitsland in hotels gaan werken. Aan de universiteit voor buitenlanders in Florence heb ik vervolgens Italiaans geleerd. Het was daar, tijdens een fantastisch college van Enrico Colle over Carravagio, dat ik besloot om voor kunstgeschiedenis te kiezen, wat een fantastische schilder!’

‘Aan het eind van mijn studie ben ik nog met een beurs naar Florence teruggekeerd om er mijn afstudeerscriptie te schrijven en de Master Museologie gecombineerd met Restauratie te volgen. Een hectische maar leerzame tijd.’

Ben je direct na je studie taxateur geworden?

‘Nee, ik ben eerst zelf gaan handelen, ik kocht in op vlooienmarkten en verkocht dan weer op verzamelaarsbeurzen. Maar al snel kon ik bij de gerenommeerde kunsthandelaar Pieter Hoogendijk aan de slag. Als researchassistente stond ik op beurzen als de TEFAF – waar ik nu nog steeds sta voor de Hammer Galleries uit New York – de PAN en beurzen in New York en München. Naast research voor de objecten schreef ik de achtergrondverhaaltjes bij de kunst voor in de prospectus. Dat deed ik ook voor de Holland-Amerika Lijn die hun cruisschepen ter decoratie inrichtten met kunst en antiek. Daarvoor kocht Pieter echt van alles in: van wandtapijten tot bouillotte-lampen en meubels. Hierna heb ik 11 jaar gewerkt bij het Venduehuis der Notarissen in Den Haag. Een hele diverse ervaring waar ik veel profijt bij heb in mijn huidige rol als taxateur.’

Kunst, antiek en inboedelgoederen, dat is een hele mond vol. Hoe houd je dat allemaal bij?

‘Als taxateur ben je in feite een soort huisarts voor de kunst. Je moet van alles wat afweten maar vooral je eigen grenzen kennen. In de loop der jaren heb ik een schat aan ervaring opgedaan, maar er zijn momenten dat mijn kennis tekort schiet en ik een collega-specialist inschakel. Als ik bijvoorbeeld denk ‘dat is wel een hele grote diamant’ dan ga ik bij een collega te rade. Wat vind jij van de kleur, klopt het certificaat wel of moeten we ‘m testen? En welke prijs hangen we eraan? Zeker als het om grote bedragen gaat is een second opinion belangrijk. Daarom toets ik bij de taxatie van een oude meester toets ik mijn oordeel ook altijd bij een collega. Ik heb samenwerkingsverbanden met specialisten op diverse terreinen. Je hebt elkaar nodig en ik zoek die uitwisseling echt op.’

In hoeverre verschilt de positie van een taxateur van de andere spelers op de kunstmarkt?

‘Een gecertificeerd taxateur is als enige echt onafhankelijk en heeft geen last van belangenverstrengeling. Ik heb er geen belang bij om een object te laag te taxeren omdat ik niet inkoop. Bij handelaren en veilinghuizen speelt dat wel. Zij kunnen van twee walletjes snoepen. En de verleiding is groot, je kunt er goed geld mee verdienen. Makelen doe ik overigens wel, maar dan altijd voor maar één partij: koper of verkoper. Eigenlijk net als bij een NVM-makelaar. Ik ben bewust aangesloten bij twee beroepsverenigingen – de TMV (Federatie van Taxateurs, Makelaars en Veilinghouders roerende zaken) en de RICS (Royal Institute of Chartered Surveyors). Hiervoor moet je aan bepaalde ethische waarden voldoen. Bij de RICS ben je bovendien onderworpen aan tuchtrecht. Waarborgen die vakbekwaamheid en onafhankelijkheid garanderen. En dat is nodig ook, er zijn behoorlijk wat beunhazen onder de taxateurs, het is geen beschermd beroep. Omdat ik betrouwbaarheid, ethische waarden en normen en discretie van wezenlijk belang vind voor onze beroepsgroep, ben ik binnen de RICS actief als board member van de Global Arts & Antiques Group in Londen en daarnaast bestuurder van de TMV.’

Een ideale positie dus om verzamelaars te adviseren bij de aankoop van kunst en antiek?

‘Klopt. Ik word tegenwoordig steeds vaker ingeschakeld door vermogensbeheerders en hun cliënten. Bijvoorbeeld om een kavel bij een veilinghuis te taxeren om een indicatie te geven van de waarde van een bepaald object. Maar ook als je kunst of antiek wilt kopen bij een kunsthandel kan ik het voor aankoop taxeren. Zeker bij grote aankopen het is een kleine moeite en je voorkomt dat je een kat in de zak koopt. Ook bij nalatenschappen waar de kans groot is dat er onenigheid gaat ontstaan, is het verstandig om vooraf te taxeren. Denk aan ontervingen of gebrouilleerde erfgenamen. Wat ik in die gevallen soms aanraad is de stukken waar herrie over kan ontstaan – meestal de mooiste werken – te veilen. Dan haal je de angel er een beetje uit. Bovendien kunnen de gegadigden het object, als ze willen, tijdens de veiling terugkopen.’

In een wereld waar veel geld te verdienen valt, ligt fraude op de loer. Ben je daar wel eens mee in aanraking gekomen?

‘Alles waar geld mee te verdienen valt, wordt vervalst. Maar ik ben nooit een echt goede vervalsing tegengekomen die bewust als ‘echt’ werd aangeboden om er grof geld mee te verdienen. Wel van die werkjes waarvan direct duidelijk is dat het om een slechte replica gaat. Voor de RICS houd ik mij nu bezig met synthetische diamanten. Die zijn zo’n 10 jaar op de markt en met het blote oog of een loupe niet van echt te onderscheiden. Alleen met een certificaat van een gespecialiseerd laboratorium heb je zekerheid. De productiekosten van een synthetische diamant zijn verhoudingsgewijs laag. Dat maakt het heel interessant voor fraude. Bij een taxatie van een diamant uit oma’s broche is de kans groot dat het om een echte diamant gaat, maar 100% zeker ben je nooit. Eigenlijk moet je ze uit hun zetting halen en laten controleren. Als je dat niet doet moet je dat wel in het taxatierapport aangeven. Het is ethisch ook een interessante discussie. Omdat je het verschil niet ziet draait het vooral om emotionele waarde: je geeft je geliefde toch geen kille neppert? Aan de andere kant kun je je afvragen hoe je dan om moet gaan met bloeddiamanten. Die zijn wel echt maar hebben een zeer dubieuze herkomst. Als taxateur moet je op de hoogte zijn van al deze factoren om je taxatie goed te kunnen onderbouwen. En die onderbouwing is waar het allemaal om draait, dat heb ik wel geleerd bij de RICS. Er zijn in Nederland overigens maar 5 gecertificeerde RICS-taxateurs op het gebied van kunst en antiek.’

Hoe weet je of je te maken hebt met een origineel werk?

‘Als leek is het vaak moeilijk om zelf de authenticiteit van een object vast te stellen, zelfs als er een mooi herkomstcertificaat – een provenance – bij zit. Ik zeg altijd: hoe groter het certificaat en hoe meer stempels, hoe minder geloofwaardig. Terwijl een originele provenance van essentieel belang is. Zo kwam ik er laatst een tegen van een Spaanse meneer die na even googelen in verband gebracht kon worden met een oplichter in een groot schandaal. Dat stinkt aan alle kanten, niet kopen dus. Een ander mooi voorbeeld van de waarde van zo’n certificaat zie je bij de Chinese Tang-paarden. Daar moet een Thermoluminesense-rapport bij zitten. Dat is een certificaat van echtheid afgegeven door een laboratorium in Oxford dat de ouderdom van aardewerk vaststelt. Zonder rapport is zo’n paard onverkoopbaar. Bovendien kun je een Tang-paard niet verkopen in China, in hun cultuur is het not done om grafkunst terug te kopen. Terwijl ze voor Chinees blauw wit porselein juist wel weer enorme bedragen neertellen. Wel handig om hiervan op de hoogte te zijn.’

‘In dit kader is ook de taxatie van foto’s interessant. Laatst moest ik een groot familieportret, gemaakt door de bekendste fotograaf van Nederland taxeren. De foto had een fiks bedrag gekost, maar voor wie is het waardevol? Eigenlijk alleen voor de familie en dan heb je het vooral om de emotionele waarde. Taxatie van fotografie is sowieso ingewikkeld. De kwaliteit van foto’s loopt terug, ze vergelen. Foto’s moeten na verloop van tijd dus vaak worden afgewaardeerd in een taxatierapport. Je kan de foto ook laten vernietigen en een nieuwe afdruk met nieuw certificaat bij de fotograaf regelen. Maar dan is het weer de vraag in hoeverre nieuwe afdruktechnieken en inkt de waarde beïnvloeden.’

‘Ook moeilijk: foto’s of objecten die deel uitmaken van een groter geheel. Denk aan foto’s uit een serie: wat is de waarde van een enkele foto en van is de waarde van de serie waar elementen uit ontbreken? En hoe zit het met een art deco-lamp die onderdeel is van de architectuur van een pand? Het is ‘one of a kind’ dus je kunt hem niet terugkopen in een kunsthandel, dus stel je de vervangingswaarde vast met een optelsommetje van materiaalkosten en manuren. Bij de taxatie van dit soort ‘schurende objecten’ is sprake van een grote bandbreedte. De onderbouwing van je taxatie is hierbij dus weer ontzettend belangrijk.’

Bij een taxatie voor een nalatenschap zie ik al snel een statig pand voor me, volgestouwd met kunst en antiek. Klopt dat beeld?

‘Ja en nee, ik taxeer van drie hoog achter tot kastelen met slotgracht. Al gaat het meestal om grotere nalatenschappen waar echt wat te verdelen valt. Maar als er onenigheid is ook wel hele kleine. Dan schrijf je ook opa’s brilletje en z’n oude kastje op. Want alles heeft een waarde. Maar groot of klein, mijn aanpak is altijd hetzelfde: als ik binnenkom zet ik eerst mijn inventarisatiebril op en neem van alle objecten foto’s. Dat gaat van schilderijen tot de bbq in de schuur, de stofzuiger in de meterkast en de stapel Donald Duck’s op zolder. Na de inventarisatie neem ik eerst even afstand en zet vervolgens mijn financiële bril. Het werkt voor mij beter om het prijskaartje er pas aan te hangen als het uit de context is. Inventarisatie en taxatie zijn twee aparte werelden.’

‘Zeker als er bonje is, lopen de erfgenamen in het begin vaak met me mee. Gelukkig zien ze dan meestal wel dat ik niet helemaal knettergek ben en ze me kunnen vertrouwen. Dat zorgt voor ontspanning. Ik word vaak voor lastige, gevoelige klussen ingehuurd, ook door andere bureaus. Die liggen me wel. Alles draait om vertrouwen en discretie. Je komt op hele intieme plekken, zit in de badkamer en snuffelt in het nachtkastje. En kom je binnen, dan gaat de kluis open en leggen mensen hun hele hebben en houwen op tafel. Ongelooflijk!’

‘Je komt ook hele trieste gevallen tegen. Laatst had ik een taxatie waarbij de erflaters, als gevolg van een oorlogstrauma, een waardevol doek doormidden hadden geknipt en een Chagall bekrast. Hier moet ik dan beoordelen of het handig is om de werken eerst te laten restaureren of beschadigd te verkopen. Daarvoor moet je weten wat een restauratie kost, wie je daarvoor in kunt schakelen – ook op dat vlak zijn veel beunhazen actief – wat de waarde is van het gerestaureerde werk en of er kopers zijn. Kortom: een commercieel verhaal van kosten en baten.’

‘Bij erfenissen komen alle elementen van mijn vak samen: psychologische kennis, kennis van marktmechanismen die de prijs bepalen, juridische en verzekeringskennis en de kennis van kunst en antiek. Daarnaast moet je ondernemer zijn en de politiek in het kunstwereldje snappen. Je acteert op het kruispunt tussen galeries, kunsthandels, veilinghuizen en moet weten wat de belangen zijn van de verschillende partijen.’

Waar moet ik rekening mee houden als ik ga verzamelen?

‘Voor topstukken is de markt redelijk stabiel, maar verder is de waarde van antiek de laatste jaren behoorlijk gedaald. Een doorsnee Friese staartklok is nog maar een schijntje waard, terwijl een topexemplaar nog wel z’n waarde behouden heeft. Ook zo’n tinnen bordje waar we vroeger dol op waren past nu niet meer in ons interieur en serviezen moeten wel in de vaatwasser kunnen. De markt is cyclisch, misschien stijgt de waarde straks wel weer. Dat zag je bijvoorbeeld bij Carel Willink, de waarde van zijn schilderijen schoot omhoog toen Miep Brons ze op ging kopen. Dat kun je niet voorspellen. Ik raad verzamelaars daarom altijd aan om alleen te kiezen voor de beste kwaliteit. Ga naar een kunsthandel van naam en faam die is aangesloten bij de Vereniging Handelaren Oude Kunst (VHOK). Of laat je voor je koopt of gaat bieden, adviseren door een onafhankelijke expert. Ik doe dat ook regelmatig voor mijn cliënten.’

Tenslotte: wat vind jij van ‘Tussen Kunst en Kitsch’?

Edel: ‘Ik ben blij met het programma, het promoot mijn vak bij een breed publiek. Maar of het een reëel beeld geeft, is de vraag. De waarde die aan de objecten gegeven wordt is eigenlijk altijd de vervangingswaarde. Dus: wat ben je kwijt als je iets vergelijkbaars terug moet kopen? Dan zie je die mensen heel blij kijken, maar dat krijgen ze er waarschijnlijk dus nooit voor. Het is wel eens aangekaard bij de AVRO om een reëler prijskaartje aan de objecten te hangen. Maar ja, hoge bedragen staan nu eenmaal garant voor hoge kijkcijfers.’

Zit je mee te raden voor de televisie?

Ja, ook ik zit net als iedereen mee te raden. Soms komt het bedrag overeen, maar soms heb ik duidelijk een andere mening. De waarde van een object is puur gebaseerd op vraag en aanbod. Dit mechanisme wordt verstoord als experts feitelijk een alleenrecht hebben binnen een bepaalde niche. Bijvoorbeeld omdat ze alleen handelen in tin of in specifieke zilveren objecten of andere verzamelgebieden. Ben je naar zoiets op zoek, dan kom je altijd bij hen terecht. In feite zijn het dus monopolisten, dat heeft gevolgen voor de prijs. Maar dat maakt mijn vak uiteindelijk zo ontzettend interessant: achter iedere taxatie gaat een hele wereld schuil. Hoe meer je daarvan afweet, hoe beter je de waarde van een object kunt inschatten. Je bent dus nooit uitgeleerd!’